Spiegel

pexels-photo-879824

Ik zat in de kamer van de directrice en ze vroeg me wat ik van het gesprek verwachtte. Ik antwoordde dat ik het vermoeden had dat we het zouden hebben over mijn functioneren, hoe ik het nog steed lastig vind om mijn rust te pakken en ja, zoiets.

Het werd even stil en ik keek ongemakkelijk naar de sanseveria voor het raam. Toen begon ze te vertellen; over een intrigerende zin die ze in mijn evaluatieverslag had gelezen. Het was de zin waarmee ik mijn betoog had afgesloten. Ze doelde op mijn woorden dat ik maar hoopte dat het verslag aan de verwachtingen voldeed.

Het werd weer even stil. Ik denk dat ze daarmee haar woorden kracht wilde bijzetten. De directrice gaf aan dat ze bij het lezen van die zin haar figuurlijke jachtgeweer uit de kast had gehaald, deze had volgeladen en meegenomen. Ze vroeg me of ik besodemieterd was.

Gadverdepielekes, die zag ik niet aankomen. Zij zag op haar beurt een intelligente vrouw met een groot hart en ze vroeg zich ernstig af hoe mijn evaluatie zo doorspekt kon zijn met ‘wat men van mij verwacht’.

Ze ging door met het uitleggen dat de vraag ‘wat verwacht men van mij?’ eigenlijk de vraag zou moeten zijn ‘wat verwacht ik van mezelf?’ Ik vermoed dat mijn therapeute dat ook zou zeggen. Met indringende ogen vroeg de directrice me toen wanneer ik deze opleiding nou eens naar mijn hand zou zetten. Of liever: hoe?

Ik bekende dat er een gevecht gaande is in mij en dat ik inderdaad alsmaar bang ben voor wat anderen van mij vinden. Ze knikte begripvol en ze zei dat ik niet de enige was; maar wel een kunstenaar. Ze herinnerde me eraan dat ik graag mensen wil helpen en verzekerde me dat het omarmen van het gevecht tegen mijn eigen verwachtingen daartoe kan leiden. Door op de voorgrond te treden met je verhaal, ben je een spiegel voor iedereen.

(…)

Deze column is aanvankelijk verschenen in Rond Haaksbergen.

Geef een reactie