Gevoeligheid

adult aged black and white close up

Een mevrouw vraagt me vriendelijk of ik haar dienblad met eten naar haar plek wil brengen, omdat het haar zelf niet lukt. Ze wijst naar een vierpersoonstafel in het midden. Een man zit daar al, nog zo’n grijs bolletje. Deze vakantie begeef ik mij als restaurantmedewerker in de wondere wereld van het verzorgingstehuis.

Ik loop met de vrouw mee. Of nou ja, ik loop richting de tafel en mevrouw hobbelt met haar rollator achter me aan. Ik vraag onderweg of ze graag tegenover of naast meneer wil zitten. Kortom: of ze meneer graag wil aankijken of liever niet. Als ze zeker weet dat ze me goed heeft geeft verstaan, trekt ze een grijns en zegt me dat ze de meneer wel wil aankijken.

Zodra ze zit vertelt ze aan haar vriend wat ik haar zojuist vroeg. De man legt me dan uit dat hij jarenlang les heeft gegeven aan belhamels zoals ik. Hij werkte als docent Nederlands op een lyceum. Prachtig werk vond hij dat, al moet hij erbij zeggen dat hij bij de meiden altijd op zijn woorden moest letten. Een kritische opmerking bijvoorbeeld kon nog wel eens betekenen dat een leerlinge hem een heel jaar niet meer recht aankeek. Jongens vergaten dat soort dingen veel sneller was zijn ervaring. De gevoeligheid van de vrouw, drukt hij me op het hart, is niet altijd gemakkelijk om mee om te gaan. Maar, vervolgt hij, ik doe nu al twaalf jaar zonder en dat is ook niet makkelijk. Er valt een stilte en ineens staan er tranen in zijn ogen.

Zijn overbuurvrouw stoot bijna de karnemelk om als ze zijn hand vastpakt. De meneer slikt een keer en vertelt dan dat zijn vrouw twaalf jaar geleden is overleden, maar dat hij elke dag nog een kaarsje voor haar opsteekt. En dat hij snapt dat de dood bij het leven hoort, maar dat dit het verdriet niet weghaalt.

Hij bedankt ons voor het luisterend oor. Als ik zie dat hij weer glimlacht, zeg ik het stel gedag. Ik denk dat hij zonder dat hij het door heeft, best wel wat gemeen heeft met die gevoelige meiden die hij vroeger in de klas had…

(…)

Voel je vrij hieronder te reageren.

Deze column verscheen eerder in dorpsblad Rond Haaksbergen.

Geef een reactie