Oké oké oké

adult-elderly-face-638196

Mevrouw Tuthola bestelt twee broodjes warme brie. Ik doe uit de doeken dat we geen broodjes warme brie hebben, maar w… en dan onderbreekt ze me. Mijn collega had tegen mevrouw gezegd dat we deze wel voor haar konden maken. In gedachten vervloek ik mijn collega en met heel veel moeite pers ik er een glimlach uit. Komt voor elkaar mevrouw, ik maak voor u twee broodjes warme brie met honing en walnoot. Oh één broodje zonder walnoot zegt u? Natuurlijk, natuurlijk, geen en-kel probleem.

Zal je altijd zien. Net als je denkt dat je pauze mag gaan houden, komt er zo’n bestelling tussendoor. Mevrouw Tuthola en mevrouw Tuttebel (de zus van, ze zijn met z’n tweeën, alsof één niet genoeg is) lopen met mij mee naar de kassa om af te rekenen. Zo werkt dat bij het restaurant van dit verzorgingstehuis, men betaalt vooraf. Tuthola benadrukt hoe fijn het is dat ik de broodjes voor hen klaarmaak, want ze hebben net hun broer weggebracht…

Aha! Oké oké oke. Dat verklaart een hoop. Vandaar dat die vrouwen zo stug en chagrijnig zijn. Dat zou ik misschien ook wel zijn als ik mijn broer zou verliezen. Ik voel de empathie ergens in mij omhoog borrelen. Als de bon uit de kassa rolt, zeg ik dat ik de broodjes naar hun tafel breng zodra ze klaar zijn en met oprecht medeleven condoleer ik vervolgens de zussen met het verlies.

Tuthola wil net haar portemonnee wegstoppen, maar laat deze bijna uit haar handen vallen. Ze kijkt verbaasd op en vraagt me waarvoor. Ik word zo rood als een voederbietje, want ik realiseer me dat hun broer niet overleden is, maar dat ze hun broer hebben weggebracht naar de áfdeling.

Er ligt stevig zeil achter de balie, dus daar kon ik niet doorheen zakken. Mevrouw T. en T. lopen zonder veel te zeggen naar hun tafel en ik loop naar de keuken. Als de broodjes onder de grill liggen, roept mijn collega dat ik mag gaan eten. Voedsel, het medicijn tegen mijn eigen stug- en chagrijnigheid.

Deze column verscheen eerder in Rond Haaksbergen.

Geef een reactie